Spaarlamp informatie


Energielabel

De Europese Commissie verplicht dat op de verpakking het energielabel
vermeld staat. Verkies steeds een spaarlamp met A-label. Sommige
speciale modellen, zitten slechts in de B-klasse. Dit is echter nog steeds
beter dan gloei- en halogeenlampen die meestal een D-label bezitten

spaarlamp energie label

Aangenaam licht

Bij de nieuwe spaarlampen is het licht warmer geworden. Licht (al dan niet
uit spaarlampen) wordt gekenmerkt door de (gecorreleerde) kleurtempera-
tuur (CCT in Kelvin, K), gaande van extra warmwit (2700K) tot het onnatuur-
lijke koelwit (6000K). Een ander kenmerk van licht is is de kleurweergave-
index (CRI of Ra-waarde in %, zie Figuur 3). Iedereen kent het fenomeen
waarbij men bij een pasbeurt in de kledingwinkel naar buiten loopt om de
“echte” kleur(weergave) van de kleding te zien (Daglicht : Ra≥90).
Spaarlampen zijn meestal te verkrijgen in een kleurtemperatuur van 3000K
(warm wit, code 830) of 4000K (neutraal wit, code 840) met een Ra=80.
Recent zijn ook spaarlampen op de markt met kleurtemperatuur 2700K
(extra warm wit) vergelijkbaar aan die van gloeilampen (2800K).

Dimmen

Gewone dimmers kunnen niet gebruikt worden bij spaarlampen. Als de spanning te laag wordt, zal de lamp gaan knipperen (pendelen). Hierdoor neemt de levensduur van de lamp snel af. Ook een bewegingsmelder of lichtsensor in combinatie met een gewone spaarlamp wordt daarom afgeraden. Als u hierbij TL- of spaarlampen wilt gebruiken, koop dan uitvoeringen die daar speciaal geschikt voor zijn. Anders gaat de lamp snel
kapot.

Verkies spaarlampen als die minstens 45 minuten per dag branden.

Als u alle lampen die gemiddeld meer dan drie kwartier per dag branden
door spaarlampen vervangt, halveert u daarmee het energieverbruik voor
verlichting. Ook bij lampen die korter branden loont het de moeite om
spaarlampen te gebruiken. De terugverdientijd is dan wel wat langer.


Efficiëntie

De specifieke lichtstroom wordt bepaald door de verhouding van de lichtstroom ,de totale hoeveelheid licht die een lamp uitstraalt (in lumen, lm) tot het elektrisch vermogen dat in de lamp gaat (in Watt,W).

Hoe hoger de specifieke lichtstroom, hoe efficiënter de lamp, dus hoe beter de omzetting van elektrische energie in licht. Efficiënte spaarlampen zijn er vanaf 40 lm/W en gaan tegenwoordig tot 65lm/W en meer. Ter vergelijking: gloeilampen hebben specifieke lichtstromen tussen 5 en 18 lm/W.